Je bent goed in je werk. Het is super uitdagend en interessant. Je krijgt regelmatig complimenten voor wat jij allemaal aflevert. Je gaat “the extra mile” en je vraagt dit ook van jouw mensen.
Keerzijde is dat je altijd aan het werk bent. Je hebt moeite met afschakelen. Voor je mensen ben je altijd bereikbaar. Ze kunnen je dag en nacht appen, ook in het weekend. Je checkt continu je mail en je Teams chats. Je hebt het oog op de bal, je staat erom bekend dat je snel reageert.
Maar nu het buiten beter weer is, vraag je je wel eens af: het gaat lekker, maar is het op deze manier ook vol te houden?
Wil ik dit eigenlijk wel?
Of: wat als ik promotie krijg en een zwaardere rol krijg toebedeeld. Hoe ga ik dat doen?
Ben ik bezig werkverslaafd te worden of ben ik het al?
Doe de check – en beslis zelf wat je met het resultaat wil doen.
Checklist:
- Ik werk buiten de normale werktijd: zelden, vaak, nooit
- Ik zeg afspraken met dierbaren af om meer te werken: zelden, vaak, nooit
- Ik verzet uitjes tot na de werkdeadline: zelden, vaak, nooit
- Ik werk in het weekend: zelden, vaak, nooit
- Ik neem op vakantie werk mee/ben op vakantie bereikbaar voor werk: zelden, vaak, nooit
- Ik neem regelmatig een paar dagen vrij: zelden, vaak, nooit
- Mijn dierbaren klagen dat ik altijd maar werk: zelden, vaak, nooit
- Ik probeer twee dingen tegelijk te doen: zelden, vaak, nooit
- Ik gun mezelf wat vrije tijd tussen twee projecten in: zelden, vaak, nooit
- Ik sta mezelf toe taken voor afgerond te houden: zelden, vaak, nooit
- Ik schuif het afronden van een taak – de laatste loodjes – voor mezelf uit: zelden, vaak, nooit
- Ik begin aan een bepaalde klus en begin tegelijkertijd aan drie andere: zelden, vaak, nooit
- Ik werk ’s avonds: zelden, vaak, nooit
- Ik laat me door apps, Teams chats, telefoon onderbreken waardoor mijn werkdag uitloopt: zelden, vaak, nooit
- Ik deel mijn dag zo in, dat ik een uur tijd heb voor iets creatiefs/leuks: zelden, vaak, nooit
- Mijn persoonlijke wensen komen voor mijn werk: zelden, vaak, nooit
- Ik sluit me aan bij de plannen van anderen en vul mijn vrije tijd met hun agenda’s: zelden, vaak, nooit
- Ik gun mezelf tijd om helemaal niets te doen: zelden, vaak, nooit
- Ik gebruik het woord deadline om mijn werkdruk te beschrijven: zelden, vaak, nooit
- Mijn mobiel ligt op mijn nachtkastje voor het geval er wat met mijn werk is. Dan kan ik meteen reageren: zelden, vaak, nooit
Mijn conclusie is: Werkverslaafd; niet werkverslaafd? Wat wil ik er mee?
Suggesties:
- Ik ga komende week elke dag bijhouden hoeveel uur ik werk en/of
- Ik maak vrijblijvend een afspraak met coach Lorette